
Filmposter – Change of Habit
Change of Habit (1969) is een fascinerende film in het oeuvre van Elvis Presley. Het is zijn 31ste en
allerlaatste speelfilm als acteur (de latere concertfilms niet meegerekend). De film markeert een kantelpunt in zijn carrière, de filmindustrie en de Amerikaanse samenleving. Waar zijn eerdere films vaak luchtige
musicals op exotische locaties waren, sloeg deze film een compleet andere weg in.
Hieronder volgt het complete achtergrondverhaal van deze bijzondere productie.
1. De weg naar een andere aanpak
In de jaren 60 had Elvis Presley het gevoel dat zijn acteer carrière in een neerwaartse spiraal zat. Zijn
manager, Colonel Tom Parker, had decennialang vastgehouden aan een winstgevend maar creatief
uitgemolken recept: goedkope, snelle films waarin Elvis minstens een handvol liedjes zong en het hof werd gemaakt door wisselende tegenspeelsters. Halverwege de jaren 60 begonnen bioscoopbezoekers en critici zich echter ernstig te storen aan deze formule.

Elvis Presley Colonel Tom Parker
2. Het Keerpunt van 1968: De ’68 Comeback Special
Om de achtergrond van Change of Habit te begrijpen, moeten we terug naar 1968. Elvis Presley zat vast in een vicieuze cirkel van formulematige, kwalitatief povere muzikale komedies. Films zoals Clambake en
Double Trouble brachten wel geld in het laatje, maar artistiek gezien was Elvis doodongelukkig.
Hij wilde serieus genomen worden als acteur.

. Filmposter – Clambake Filmposter – Double Trouble
In december 1968 werd de legendarische televisieshow ELVIS (beter bekend als de ’68 Comeback Special)
uitgezonden. Dit was een gigantisch succes. Elvis bewees dat hij nog steeds de rauwe, energieke King of Rock ‘n’ Roll was. Hij kreeg weer energie van het live optreden en wilde zo snel mogelijk terug naar het
podium in Las Vegas. Er lag echter nog één contractuele verplichting in de weg: hij moest nog één film
maken voor Universal Pictures. Dat werd Change of Habit.
3. Het Ongebruikelijke Script en de Maatschappelijke Context
Universal Pictures had een script liggen dat oorspronkelijk niet voor Elvis was geschreven. Het verhaal was gebaseerd op een boek van John Joseph en Mary Church. Het verving de typische zon-zee-strandformule van de eerdere Elvis-films door rauwe, destijds actuele maatschappelijke thema’s.
De film speelt zich af in een arme, multiculturele achterstandswijk in New York (hoewel
grotendeels gefilmd op het terrein achter de studio’s van Universal in Hollywood).
De thema’s waren gewaagd voor een Elvis-film:
– Rassenspanningen: Conflicten tussen zwarte, blanke en latino gemeenschappen.
– Klassenstrijd: De uitbuiting van arme buurtbewoners door malafide huisjesmelkers en woekeraars.
– Medische ethiek: De behandeling van autisme en de toegankelijkheid van de gezondheidszorg.
– Religieuze modernisering: Het Tweede Vaticaans Concilie (Vaticaan II) had net plaatsgevonden,
waardoor nonnen meer vrijheid kregen in hun kleding en werkterrein.
4. Het verhaal: maatschappelijke betrokkenheid
De Hoofdrolspelers

. Elvis Mary Barbara Jane Ed Leora Robert Regis
. Presley Tyler Moore McNair Elliot Asner Dana Emhardt Toomey .
De film onderscheidt zich van zijn andere werk doordat het een zogenaamde “message movie” is, waarin serieuze sociale thema’s worden aangesneden. Elvis speelt Dr. John Carpenter, een idealistische jonge arts die leiding geeft aan een gezondheidskliniek in een achterstandswijk in New York.
Om de spanningen in de arme, multiculturele wijk te verminderen, stelt de lokale bisschop voor om drie nonnen van de ‘Little Sisters of Mary’ in burgerkleding (dus zonder habijt) in de gemeenschap te laten
integreren. Zij worden naar de kliniek gestuurd om als lekenwerkers te assisteren.

Elvis Presley als Dr. John Carpenter
De drie nonnen worden gespeeld door destijds opkomend acteertalent: Mary Tyler Moore (Zuster
Michelle), Barbara McNair (Zuster Irene) en Jane Elliott (Zuster Barbara). Zij gaan aan de slag in de buurt en worden geconfronteerd met zaken als racisme, armoede, ongelijkheid en de ontoegankelijkheid van goede gezondheidszorg. De film was zijn tijd ver vooruit en was bovendien één van de eerste Hollywood-films ooit die het onderwerp autisme bespreekbaar maakte.
Dr. Carpenter vormt al snel een hechte band met Zuster Michelle. Zij deelt zijn idealen, maar worstelt
intern met haar geloof, haar religieuze roeping en haar ontluikende romantische gevoelens voor de dokter.
5. De Casting van Mary Tyler Moore
De vrouwelijke hoofdrol van zuster Michelle Gallagher ging naar Mary Tyler Moore. Zij was destijds
al een grote televisiester dankzij The Dick Van Dyke Show en stond aan de vooravond van haar
eigen revolutionaire The Mary Tyler Moore Show.

Elvis Presley & Mary Tyler Moore
Moore bracht een hoog niveau van acteertalent en geloofwaardigheid met zich mee. De dynamiek tussen Elvis en Moore was professioneel en respectvol. Moore gaf later in haar autobiografie toe dat ze
aanvankelijk zenuwachtig was om met Elvis te werken, maar dat hij een gentleman bleek te zijn. Ze grapte ook dat zij de enige actrice was in een Elvis-film die haar kleren aan hield (ze droeg immers een
nonnenhabijt of burgerkleding), terwijl Elvis juist degene was die in een
scène met ontbloot bovenlijf te zien was.

Mary Tyler Moore Elvis Presley Jane Elliott
Elvis bleek zich kwetsbaar en respectvol op te stellen. Hij vertelde Mary al op de eerste dag dat hij stiekem al jaren een oogje op haar had. Tijdens gesprekken sprak hij haar, ondanks dat zij jonger was, uit
beleefdheid steevast aan met “ma’am”. Ook met de andere jonge actrices, zoals Jane Elliott, kon Elvis het uitstekend vinden en hij gedroeg zich op de set als een vriendelijke, down-to-earth gentleman.
6. De Productie en Regie
De regie was in handen van William A. Graham, een gerespecteerde televisieregisseur. Graham wilde de film een bijna documentaire-achtige, rauwe sfeer meegeven. Dit botste soms met de Hollywood-stijl die
Elvis gewend was, maar het hielp wel om Elvis één van zijn meest ingetogen en natuurlijke acteerprestaties te ontlokken. De film werd geproduceerd door Joe Connelly.

William A. Graham Joe Connelly .
De opnames begonnen in maart 1969. De sfeer op de set was anders dan voorheen. Elvis was
slanker, fitter en gemotiveerder dan in de jaren daarvoor, dankzij het succes van zijn Comeback
Special. Hij bereidde zich tegelijkertijd voor op zijn historische concertreeks in het International Hotel
in Las Vegas, die in juli 1969 zou beginnen. De set van Change of Habit werd hierdoor een
ontmoetingsplek van twee werelden: overdag acteerde Elvis als de serieuze Dr. Carpenter, ’s avonds
repeteerde hij met zijn nieuwe live-band voor de Las Vegas-shows.
7. De Muziek: Functioneel in Plaats van Geforceerd
In de meeste Elvis-films uit de jaren ’60 brak Elvis om de haverklap zonder logische reden in
zingen uit. In Change of Habit werd de muziek veel natuurlijker in het verhaal verweven.
Elvis zingt slechts vier nummers in de film:
– “Change of Habit”: De energieke openingstrack die de toon zet voor de film.
– “Rubberneckin'”: Een funky, uptempo nummer dat Elvis zingt tijdens een buurtfeest. Dit nummer werd later in 2003 geremixt en werd opnieuw een wereldwijde hit.
– “Let Us Pray”: Een krachtig gospelnummer dat aan het einde van de film in een kerk wordt gezongen.
– “Have a Happy”: Een vrolijk, ietwat kinderlijk nummer dat in de kliniek wordt gezongen
om een patiënt op te vrolijken.
De liedjes werden opgenomen op 5 en 6 maart 1969 in de Decca Universal Studio in Los Angeles onder
leiding van Billy Goldenberg, Buddy Kaye & Ben Weisman. Elvis nam ook het nummer
“Let’s Be Friends” op, maar deze werd niet in de film gebruikt.

Billy Goldenberg Buddy Kaye Ben Weisman .
In 2003 werd op verzoek van het automerk “Toyota” van het nummer “Rubberneckin’” een remix
gemaakt voor één van hun reclamefilmpjes. De remix werd gemaakt door DJ Paul Oakenfold, en werd
wereldwijd als single uitgebracht. Deze single belandde in de Top 10 in: Denemarken, Finland, Ierland,
Australië, Schotland en Engeland. In Amerika belandde de single slechts op nummer 94 van de hitlijsten. Een zware domper voor Elvis Presley Enterprises, die hadden gehoopt weer een groot succes te boeken met deze single, net als in 2002 met de single “A little less conversation”.

DJ Paul Oakenfold Single – Rubberneckin’ .
8. Controverse en de “Autisme-scène”
Een van de meest besproken en achteraf controversiële scènes uit de film is de behandeling van een jong meisje met autisme (in de film aangeduid als “autistische woede”). Dr. Carpenter past een techniek toe die destijds bekendstond als rage reduction therapy of holding therapy.
In de film houdt Elvis het meisje urenlang stevig vast terwijl ze schreeuwt en trapt, totdat haar “muren doorbreken” en ze haar emoties uitdrukt door te huilen, waarna ze “genezen” lijkt te zijn. Naar moderne medische maatstaven is deze scène volkomen onrealistisch en potentieel schadelijk, maar in 1969
weerspiegelde dit de destijds populaire (maar inmiddels achterhaalde) psychologische theorieën. Het laat wel zien dat de film serieuze, destijds onbekende medische onderwerpen durfde aan te snijden.
9. Het Open Einde
Change of Habit is ook uniek vanwege het open einde. Zuster Michelle (Mary Tyler Moore) worstelt de hele film met haar gevoelens voor Dr. John Carpenter en haar roeping tot God. In de slotscène zit Elvis in de kerk gitaar te spelen en te zingen (“Let Us Pray”). Michelle loopt de kerk binnen, gekleed in burgerkleding. Ze kijkt naar het altaar (God) en kijkt naar John (Elvis). De film eindigt met een freeze-frame op haar gezicht, zonder dat de kijker definitief weet of ze kiest voor de kerk of voor de liefde van haar leven. Dit was zeer ongebruikelijk voor een Elvis-film, die traditioneel altijd eindigden met een huwelijk of een vrolijk eindfeest.

Mary Tyler Moore & Elvis Presley
10. Ontvangst
De film ging in de Verenigde Staten in première op 10 november 1969. De kritieken waren gemengd tot
redelijk positief. Critici prezen het feit dat Elvis eindelijk een volwassen rol speelde die paste bij zijn leeftijd (hij was destijds 34). Mary Tyler Moore kreeg lof voor haar sterke acteerwerk.
Hoewel de film geen gigantische bioscoop hit werd zoals zijn vroege films uit de jaren ’50, bracht het
comfortabel zijn budget op. De film bereikte een respectabele zeventiende plaats in de jaarlijkse Variety Box Office Survey. Het belangrijkste was echter wat de film symboliseerde: het einde van een tijdperk. Toen de film in de bioscoop draaide, had Elvis zijn triomfantelijke terugkeer in Las Vegas al achter de rug. De
wereld wist dat de filmacteur Elvis Presley verleden tijd was; de live-performer Elvis was herrezen.
11. Aantal weetjes over de film
– Regisseur William A. Graham vond dat Elvis’ kenmerkende, strakke jaren 60-kapsel (de gitzwarte,
ietwat opgespoten kuif) niet paste bij het realistische personage van een wijkarts. Hij vroeg Mary
Tyler Moore om “iets aan zijn haar te doen” om het wat zachter en natuurlijker te maken. Moore
heeft toen op speelse wijze door zijn haar gewoeld. Elvis accepteerde de aanpassing en droeg zijn
haar vanaf die tijd ook in het echte leven een stuk losser.

William A. Graham
– Volgens geruchten hadden Elvis en Jane Elliot, die de rol speelde van Zuster Barbara in de film,
tijdens de opnames een kortstondige relatie.

Elvis Presley & Jane Elliot
– Memphis Mafia leden Charlie Hodge, Lamar Fike, Gene Smith, George Klein en Joe Esposito
spelen een figurantenrol in deze film.

Charlie Hodge Lamar Fike Gene Smith George Klein Joe Esposito .
– Een memorabel muzikaal detail in de film is de scène waarin Elvis op de piano zit en Mary Tyler Moore hem op de gitaar begeleidt. Ze spelen samen een blues versie van het nummer “Lawdy, Miss Clawdy” (een nummer dat Elvis zelf in 1956 beroemd maakte). Dit is de enige bekende opname waarin Elvis zelf achter de piano zit om dit specifieke nummer uit te voeren.
– Elvis kreeg voor deze film een bedrag van: 850,000 dollar. Daarnaast kreeg hij nog een extra bedrag van 25.000 dollar voor de bijbehorende filmmuziek.
– De makers hoopten stiekem dat de film hoge ogen zou gooien bij de Academy Awards, maar manager
Colonel Parker saboteerde dit. Hij wist dat de Academy een bepaalde minachting had voor Elvis-films en zei beroemd: “Don’t go buying no tuxedos” (Ga maar geen smokings kopen).
– Mary Tyler Moore, die in deze film de rol van Zuster Michelle speelt, werd uitgeroepen tot slechtste hoofdrol gespeeld door een acteur/actrice door The Golden Turkey Awards.
– Acteur Ed Asner , die ook een rol speelde in de Elvis-film Kid Galahad, speelde in Change of Habit de rol van politieagent Lt. Moretti. Later speelde hij in de bekende The Mary Tyler Moore Show de rol van haar baas.
– Co-ster Jane Elliot vertelde later dat Elvis tijdens de opnames extreem gedisciplineerd was.
Hij dronk niet, rookte niet, sportte veel en was altijd stipt op tijd. Dit veranderde toen hij kort
daarna aan zijn slopende Vegas-jaren begon.
– Elvis speelt in de film een dokter genaamd John Carpenter. Opvallend genoeg zou regisseur
John Carpenter (bekend van de horrorfilm Halloween) in 1979 de biopic Elvis (met in de
hoofdrol Kurt Russell) regisseren. Zowel ‘John Carpenter’ als ‘John Burrows’ waren schuilnamen
die Elvis in het echte leven ook wel gebruikte.

John Carpenter Elvis – The Movie Kurt Russell .
– Ondanks het gematigde succes werd het achteraf gezien een cruciaal scharniermoment. Producent
Hal B. Wallis, die de film financierde, liet na de opnames weten dat hij het contract met Elvis niet wilde
verlengen, omdat de opbrengsten van de films simpelweg niet meer voldeden aan zijn torenhoge
verwachtingen uit het verleden. Dit kwam voor Elvis eigenlijk als een geschenk uit de hemel. Hij had de
studiobazen al vaker verteld dat hij wilde stoppen met de geforceerde, repetitieve filmproducties in
Hollywood om zich volledig te kunnen focussen op zijn echte passie: het maken van muziek
en het geven van live-concerten voor een echt publiek.

Hal B. Wallis
12. Merchandise en Memorabilia
Change of Habit is een bijzondere film in het oeuvre van Elvis Presley, aangezien dit zijn allerlaatste
speelfilm was. Omdat de film uitkwam in een periode waarin Elvis zijn Hollywood-jaren achter zich
liet en zich volledig richtte op zijn legendarische live optredens, verschilt de merchandise
wezenlijk van zijn vroege jaren ’50 en ’60 films.
Originele Promotiemateriaal
De originele papieren promotie-items uit 1969 behoren tot de meest gewilde verzamelobjecten.
– Theatrical One-Sheets: De originele Amerikaanse bioscoopposters tonen Elvis naast tegenspeelster Mary Tyler Moore. De originele druknummers (zoals #69/366) bepalen de authenticiteit.
– Lobby Cards: Bioscoopzalen ontvingen destijds sets van 8 verschillende ‘Lobby Cards’ met daarop scènes uit de film. Complete sets in goede staat brengen honderden euro’s op via diverse platforms op internet.
– Internationale Posters: Omdat de film wereldwijd draaide, zijn er ook specifieke Belgische linnen
posters, Franse en Japanse varianten in omloop met unieke alternatieve artworkstijlen.
Persoonlijke Film-Memorabilia (Props)
Items die daadwerkelijk op de set zijn gebruikt of door Elvis zijn gedragen, brengen op veilingen duizenden euro’s op vanwege hun extreme zeldzaamheid.
– Sy Devore Kleding: Elvis droeg in de film speciaal voor hem op maat gemaakte kleding van de
Hollywood-ontwerper Sy Devore. Een bekend voorbeeld is zijn op maat gemaakte, donkerblauwe
pullover met V-hals, die later via Gotta Have Rock and Roll werd geveild nadat Elvis deze destijds
cadeau had gedaan aan Memphis Mafia-lid Sonny West.
13. Overige
– In 2015 bracht FTD het album Change of Habit uit, met alle nummers en outtakes.

FTD – Change of Habit (2015)
– In 2015 bracht het FTD label een boek uit met de titel Change of Habit – Frame by Frame + een bonus CD.

FTD Boek – Change of Habit (2015)
14. Tot Slot
Hoewel Change of Habit niet de boeken in ging als Elvis’ grootste commerciële succes, wordt de film door liefhebbers en historici gekoesterd. Het staat symbool voor het einde van het decennialange
Hollywood-tijdperk van ‘The King’. De film wordt gewaardeerd om de rustige, volwassen en sympathieke manier waarop Elvis zijn personage vormgaf. Het was een waardig afscheid van het witte doek, waarin hij liet zien dat er achter het imago van de rockster ook een geloofwaardig en innemend acteur schuilging.
Change of Habit blijft een sleutelfilm voor Elvis-biografen. Het laat zien wat had kunnen zijn als Elvis
gedurende de jaren ’60 betere scripts had gekregen. Het toont een gerijpte, maatschappelijk
bewuste artiest die klaar was om de ketens van Hollywood van zich af te schudden en zijn
rechtmatige troon op het podium weer op te eisen.
.




