
Filmposter – Easy Come, Easy Go
Easy Come, Easy Go (1967) markeert een belangrijk omslagpunt in de filmcarrière van Elvis Presley. Het was zijn 23e film en tevens de laatste samenwerking met de legendarische producent Hal B. Wallis bij
Paramount Pictures. De film weerspiegelt de staat van de “Elvis-machine” in de late jaren ’60: een snelle productie die probeerde aan te haken bij de toenmalige hippiecultuur. Het achtergrondverhaal van deze productie is er één van een aflopende relatie met een studio, een verveelde superster, een krappe
opnameschema en de opkomst van een nieuwe tijdsgeest die de oude Elvis-formule inhaalde.
Hier is het gedetailleerde achtergrondverhaal van deze film.
1. Context: Elvis in 1966
Toen Easy Come, Easy Go tussen 12 september en 30 oktober 1966 werd opgenomen, bevond de
filmcarrière van Elvis zich op een dieptepunt. Na het enorme succes van Blue Hawaii (1961) was de formule “Elvis + Locatie + Zingende Elvis + Veel Vrouwen” uitgemolken. Elvis was persoonlijk gedesillusioneerd door de kwaliteit van zijn films en soundtracks. Hij wilde serieuze rollen spelen, maar zijn manager, Colonel Tom Parker, hield vast aan de goedkope, snel geproduceerde formulefilms die gegarandeerd winst opleverden.
Easy Come, Easy Go werd gefilmd in september en oktober 1966 en werd uitgebracht
in maart 1967. De opnames vonden plaats op het hoogtepunt van zijn “verveelde periode”,
waarin hij vaak ongeïnspireerd overkwam op de set.
2. Productie en Crew
De film werd geproduceerd door Hal B. Wallis, die vrijwel alle succesvolle eerdere films van Elvis had
geproduceerd voor Paramount. Easy Come, Easy Go markeerde echter het einde van hun moeizame
zakelijke relatie. John Rich regisseerde de film. Hij was een bekende tv-regisseur (later van All in the Family en The Brady Bunch), wat bijdroeg aan de ietwat ‘platse’ of “sitcom-achtige” uitstraling van de film. Elvis en John Rich konden niet goed met elkaar opschieten, een relatie die al gespannen was tijdens hun vorige
samenwerking, Roustabout (1964). Het scenario werd geschreven door Allan Weiss en Anthony Lawrence, en Colonel Tom Parker was weer de technisch adviseur.

Hal B. Wallis John Rich Allan Weiss Anthony Lawrence Colonel Tom Parker
Tijdens de opnames waren Elvis en zijn vriend/bodyguard Red West aan het giechelen tijdens een
serieuze scène. Regisseur Rich werd woedend en liet de vrienden van Elvis (“The Memphis Mafia”)
van de set verwijderen. Elvis, die zich door deze actie in zijn waardigheid aangetast voelde,
reageerde met de beroemde woorden: “We maken deze films omdat het leuk moet zijn, niets meer.
Als het niet meer leuk is, dan stoppen we ermee.”. Naderhand werd Elvis tot de orde geroepen door
Colonel Tom Parker, waarna het niet meer voorkwam.
De opnames vonden plaats bij Paramount Studios en op locaties in Californië, waaronder de Long Beach Naval Station en de haven van Santa Monica. De onderwaterbeelden werden opgenomen in speciaal
gebouwde tanks op het studioterrein.
3. Het Verhaal en de “Gimmick”
Het plot is typisch lichtvoetig en dient vooral als kapstok voor de nummers.
De Hoofdrolspelers

Elvis Dodie Pat Pat Skip Elsa Frank
Presley Marshall Priest Harrington Jr. Ward Lanchester McHugh
Elvis speelt de rol van Ted Jackson, een voormalig kikvorsman van de Amerikaanse marine die nu
zijn brood verdient als diepzeeduiker en nachtclubzanger. Tijdens zijn laatste missie voor de marine
ontdekt hij een gezonken schip uit de 19e eeuw, de Port of Call, waarvan hij vermoedt dat
het een schat aan Spaanse goudstukken bevat.
Eenmaal uit de marine wordt hij een zelfstandige schatzoeker. Samen met zijn vriend Judd Whitman
(gespeeld door Pat Harrington Jr.) en de excentrieke yoga-instructrice Jo Symington (gespeeld door Dodie Marshall, die ook in Spinout speelde) probeert hij de schat te bergen. Ze krijgen echter concurrentie van de gladde Gil Carey (gespeeld door Skip Ward) en de verleidelijke Dina Bishop (gespeeld door Pat Priest).
Uiteindelijk blijkt de “schat” te bestaan uit koperen munten met een waarde van slechts 30 cent per stuk. Jackson doneert de buit uiteindelijk aan een lokaal goed doel, maar wint wel de liefde
van het meisje Jo Symington (gespeeld door Dodie Marshall).
4. Muziek en de Soundtrack

Soundtrack – Easy Come, Easy Go
De muziek van Easy Come, Easy Go is kenmerkend voor de late jaren ’60-films van Elvis:
vrolijk, maar vaak als “opvulling” bedoeld.
De soundtrack bevat zes nummers, waaronder de titelsong “Easy Come, Easy Go”, “I’ll Take Love”, “Sing You Children” en het excentrieke nummer “Yoga Is as Yoga Does”, dat hij zingt met de legendarische
Elsa Lanchester (bekend van Bride of Frankenstein). De soundtrack EP (Extended Play) verkocht
slechts 30.000 exemplaren, waarmee het destijds de slechtst verkopende plaat van Elvis uit
zijn hele carrière was. Elvis nam in totaal 7 liedjes op, maar het nummer “She’s A Machine”
is uit de film geknipt en ook niet terug te vinden op de soundtrack.

Elsa Lanchester & Elvis Presley op de set
Volgens getuigenissen was Elvis zo ontevreden over de kwaliteit van de liedjes tijdens de
opnamesessies op 28-29 september 1966 in de Paramount Record Studio in Hollywood,
California, dat hij de nummers omschreef als “shit”. De opnamesessies werden geleid door
Joseph J. Lilley. De soundtrack werd uitgebracht op 24 maart 1967.

Joseph J. Lilley
5. Het einde van een tijdperk
Easy Come, Easy Go was de 23e film van Elvis en de laatste voor producer Hal B. Wallis. De formule werkte niet meer. Het publiek begon te veranderen en de “oude” Elvis-filmstijl werd als verouderd beschouwd. Hoewel de film nog wel wat geld opleverde en 50e werd in de bioscoopcijfers van 1967, was het duidelijk dat Elvis’ tijd in Hollywood ten einde liep.
Omdat Elvis in deze periode fysiek wat zwaarder werd, werd hij in de film gestileerd met strakkere, zwarte kleding om hem slanker te laten lijken, een bewuste keuze van regisseur John Rich.

Roger Ebert
Recensenten zoals Roger Ebert, die werkzaam was bij de Chicago Sun-Times, waren hard; zij zagen de film als een zielloos product dat alleen diende als vehikel voor de liedjes.
6. Aantal weetjes over de film
– Paramount was in 1965 al begonnen aan een film met dezelfde titel, maar dan met het surfduo Jan and Dean. Die productie werd echter gestaakt na een ernstig treinongeluk tijdens het filmen, waar Jan Berry en 13 anderen personen gewond raakten. Twee jaar later gebruikte de studio de titel opnieuw voor deze
Elvis-film, maar met een compleet ander verhaal.

Jan and Dean
– De film heeft verschillende werktitels gehad, namelijk Easy does it, Nice and Easy, Port of Call
en A girl in every port.
– Het marineschip in de opening van de film is de echte mijnenveger U.S.S. Gallant.
– Elvis’s tegenspeelster uit Paradise, Hawaiian Style, Shelley Fabares, werd ook een rol
aangeboden in deze film. Maar ze bedankte er voor en gaf als één van de redenen
dat ze het afsloeg vanwege Colonel Tom Parker.

Shelley Fabares Filmposter – Paradise, Hawaiian Style
– Elvis speelde in de film samen met Pat Harrington Jr. (die zijn sidekick Judd speelde). De twee werden vrienden tijdens de opnames, en Elvis gaf hem als geschenk een auto.

Pat Harrington Jr.
– In de film is een bekende ‘goof’ te zien: wanneer het personage van Dodie Marshall
uit de nachtclub komt, draagt ze een rode jurk, maar bij aankomst thuis draagt ze
plotseling een gestreepte top met een witte broek.

Dodie Marshall
– Acteur Frank McHugh besloot na deze film te stoppen met acteren.

Frank McHugh
– Drummer Bill Lynn speelt in deze film een figurantenrol.

Bill Lynn
– Het nummer “You Gotta Stop” heette oorspronkelijk “Stop, You’re Wrong Again”.
Voor de film werd de titel van dit nummer veranderd.
– Jerry Scheff maakte tijdens de opnames van deze soundtrack zijn debuut voor Elvis. Hij zou later een
cruciaal onderdeel worden van Elvis’ beroemde TCB Band tijdens zijn live-optredens in de jaren ’70

Jerry Scheff
– Acteur Jackie Chan bezocht Elvis op de filmset van deze film. Er werd hem een
figurantenrol aangeboden, die hij moest weigeren om zelf niet in de problemen
te komen vanwege verplichtingen.

Jackie Chan
– Er gaan sterkte geruchten dat Elvis het nummer “Leave My Woman Alone” ook had
ingezongen voor deze film, maar dat klopt niet. Er werd alleen een instrumentale band
van gemaakt die Elvis nooit heeft ingezongen.
7. Merchandise en Memorabilia
De merchandise en memorabilia rondom de film Easy Come, Easy Go is, gezien de relatieve
middelmatigheid van de film zelf, verrassend verzamelwaardig geworden. Omdat het Elvis’ laatste
film was voor Paramount en producer Hal Wallis, markeert het een specifiek einde van een tijdperk.
Originele Filmposters
– Filmposters: De originele Amerikaanse “One Sheet” posters uit 1967 zijn zeer gewild en hebben
vaak een geschatte waarde van rond de €275. Er zijn ook grotere bioscoopposters die al
in 1966 werden geproduceerd ter promotie.
– Lobby Cards en Foto’s: Setjes lobby cards (foto’s die in de bioscoop hingen) en originele zwart-wit set foto’s worden regelmatig verhandeld op platforms zoals eBay.
– Internationale posters: Belgische en Italiaanse posters zijn populair vanwege hun unieke artwork.
Kleding en Props
– Film-gedragen kleding: Items die Elvis daadwerkelijk droeg, zoals de turtlenecks en broeken
van Sy Devore (met Paramount-labels), verschijnen soms op veilingen.
– Props: Een bekend rekwisiet uit de film is de nagemaakte Griekse
zilveren munt die Elvis als duiker opduikt.
Moderne Verzamelaarsitems
– Boeken & Bladmuziek: Diverse promotionele boeken of originele bladmuziek van de nummers.
8. Overige
– In 1990 bracht AJR Records de soundtrack opnieuw uit, zowel op LP als op CD.

AJR Records – Easy Come, Easy Go (1990)
– In 2007 bracht het FTD label de soundtrack opnieuw uit op CD met de outtakes.

FTD – Easy Come, Easy Go (2007)
– In 2020 bracht het FTD label de soundtrack opnieuw uit op LP met de outtakes, in zeer beperkte oplage.

FTD – Easy Come, Easy Go (2020)
9. Tot Slot
Easy Come, Easy Go is een tijdsdocument. Het laat een getalenteerde artiest zien die gevangen zit
in een creatieve houdgreep, omringd door een kleurrijke, typische 60’s setting, die de opkomende
Rock-revolutie negeert om vast te houden aan een snel verblekende Hollywood-formule. Hoewel de
film tegenwoordig als “campy” en vermakelijk wordt gezien door fans, staat hij bekend als één van
de minst geïnspireerde producties uit zijn filmografie.
.



