Oorsprong
Elvis Presley Enterprises, Inc. (EPE) is een organisatie die door “The Elvis Presley Trust” is opgericht om
zaken te doen en zijn activa, (dat zijn alle bezittingen die een economische waarde vertegenwoordigen of in de toekomst voordeel kunnen opleveren) te beheren. Hieronder vallen in dit geval onder andere: geld,
gebouwen, sierraden, vervoersmiddelen, enzovoort, dus eigenlijk alles wat Elvis in bezit had waaronder Graceland, te beheren. Daarnaast beheert EPE ook immateriële zaken zoals auteursrechten. De activiteiten van EPE reiken veel verder dan het beheer van Graceland en omvatten onder meer de wereldwijde
licentiëring van Elvis-gerelateerde producten en ondernemingen, de ontwikkeling van Elvis-gerelateerde muziek, films, video’s, televisie- en theaterproducties, de voortdurende ontwikkeling van de
internetaanwezigheid van EPE en het beheer van belangrijke alle zaken rondom uitgave van muziek.
Na de dood van Elvis Presley op 16 augustus 1977 in Graceland als gevolg van hartritmestoornissen en hartfalen, werd zijn vader, Vernon Presley, in zijn testament aangewezen als executeur en beheerder van zijn nalatenschap. De begunstigden van de nalatenschap waren Vernon, Elvis’ grootmoeder
Minnie Mae Presley en zijn negenjarige dochter Lisa Marie Presley.
Vernon Presley Minnie Mae Presley Lisa Marie Presley
Na de dood van Vernon in 1979 werd Elvis’ ex-vrouw Priscilla Presley in zijn testament aangewezen als een van de drie beheerders, samen met de National Bank of Commerce in Memphis, de bank waarmee Elvis en Vernon zaken hadden gedaan, en Joseph Hanks, die jarenlang de accountant van Elvis en Vernon was
geweest. Elvis Presley Enterprises, Inc. werd in 1979 officieel opgericht door Priscilla. Met het overlijden van Minnie Mae in 1980 werd Lisa Marie de laatste nog levende begunstigde die in het testament van Elvis was genoemd; ook zij overleed in 2023.
Priscilla Presley & Lisa Marie Presley
Colonel Parkers transacties
Na Elvis’ dood had zijn manager “Colonel” Tom Parker een licentieovereenkomst gesloten met Factors Etc. Inc. om de verkoop van Presley-merchandise te controleren en een stabiel inkomen te genereren ter
ondersteuning van zijn nalatenschap. Door een onverstandige overeenkomst tussen De Colonel en Elvis, waardoor RCA het exclusieve eigendom kreeg van alle royalty’s van zijn opnames vóór 1973, was de
nalatenschap sterk afhankelijk van de inkomsten van Factors Etc. Inc. Omdat Parker echter nog steeds recht had op 50% van alle inkomsten van Elvis, en na aftrek van belastingen, bedroeg het totale bedrag dat naar het onderhoud van de nalatenschap ging minder dan 1 miljoen dollar per jaar.
Colonel Tom Parker
In 1980 werden de kosten voor het beheer van de nalatenschap geschat op maar liefst 500.000 dollar per jaar. Priscilla en de Trust waren niet bereid om Colonel Tom Parker de zakelijke aangelegenheden van Elvis te laten blijven regelen en dienden daartoe een verzoekschrift in bij de rechtbank. Rechter Joseph Evans, die zich ervan bewust was dat Lisa Marie Presley nog minderjarig was, stelde echter advocaat
Blanchard E. Tual aan om het beheer van Colonel Tom Parker te onderzoeken. Zijn voorlopige conclusie was dat De Colonel beheersovereenkomst van 50% buitensporig was in vergelijking met het
branchegemiddelde van 15-20%. Hij merkte ook op dat De Colonel’s behandeling van Elvis’ zakelijke
aangelegenheden tijdens zijn leven, waaronder de beslissing om in 1973 royalty’s uit het verleden voor
5,4 miljoen dollar aan RCA te verkopen, “onethisch” en slecht afgehandeld waren.
Blanchard E. Tual
Tijdens een tweede, meer gedetailleerd onderzoek werden alle inkomsten rechtstreeks aan de Trust
betaald in plaats van aan Ciolonel Tom Parker. Tegen die tijd stond de nalatenschap op het punt failliet te gaan, omdat de belastingdienst bijna 15 miljoen dollar aan belastingen eiste.
Op 14 augustus 1981 gaf rechter Evans EPE opdracht Colonel Tom Parker aan te klagen wegens
wanbeheer. In reactie hierop diende De Colonel een tegenvordering in. De zaak tegen De Colonel werd in 1983 buiten de rechtbank om geschikt, waarbij EPE hem 2 miljoen dollar betaalde en zijn betrokkenheid bij alle inkomsten met betrekking tot Elvis voor vijf jaar werd beëindigd. Er werd hem ook opgedragen tot het overhandigen van alle audio-opnames en beeldmateriaal van Elvis die hij nog in zijn bezit had.
Opening van Graceland
Tijdens de rechtszaak kreeg Priscilla het advies om Graceland te verkopen om faillissement te voorkomen. Ze besloot dit niet te doen omdat ze het eerste huis van haar dochter niet wilde verkopen. Eind 1981 nam het landgoed Jack Soden in dienst, destijds een investeringsadviseur uit Missouri, om de opening van
Graceland voor het publiek te plannen en uit te voeren en toezicht te houden op de totale exploitatie.
Graceland werd op 7 juni 1982 opengesteld voor rondleidingen.
Jack Soden
De belangstelling voor Graceland was zo groot dat EPE besloot de activiteiten uit te breiden. In 1983
kochten ze het winkelcentrum aan de overkant van Graceland. Het winkelcentrum was in de jaren zestig gebouwd en was een typisch winkelcentrum in een buitenwijk. Na de dood van Elvis kwam het echter vol te staan met Elvis-souvenirwinkels, die voornamelijk illegale artikelen verkochten die niet door de Presley
Estate waren gelicentieerd. In 1993 kocht Graceland het pand en alle winkels en attracties in wat nu bekend staat als Graceland Plaza zijn eigendom van en worden geëxploiteerd door EPE.
Halverwege de jaren tachtig was EPE geïnteresseerd in het verkrijgen van de rechten op het imago en het intellectuele eigendom van Elvis. Na vele rechtszaken tegen bedrijven en particulieren hielp EPE bij het doorvoeren van nieuwe auteursrecht- en merkenwetgeving in de Verenigde Staten.
In 1991 werd Graceland opgenomen in het Nationaal Register van Historische Plaatsen, en in 1999 kocht en herontwikkelde EPE wat later The Elvis Presley Heartbreak Hotel zou worden.
Volgens Sean O’Neal is: “Elvis vandaag de dag een cultureel icoon, maar dat is hij niet alleen geworden
vanwege zijn talent en knappe uiterlijk. Er viel geld te verdienen … dus werd er een bedrijf opgericht om dit icoon te creëren, en dat bedrijf heeft zijn imago gecontroleerd …”. De auteur beschrijft EPE als een “goed geleide marketingmachine” die draait op strenge regulering van Elvis’ beelden en rechtszaken, indien nodig. EPE weigert bijvoorbeeld “absoluut licenties te verlenen voor producten waarop een Elvis met overgewicht staat afgebeeld”. Sinds 1979 “heeft EPE meer dan honderd rechtszaken aangespannen om het exclusieve recht van de nalatenschap op de naam en gelijkenis van Elvis te doen gelden”. Later was EPE volledig in handen van de “Elvis Presley Trust” en Elvis’ dochter, Lisa Marie Presley, tot februari 2005, toen
Robert F. X. Sillerman en zijn nieuwe media- en entertainmentbedrijf CKX een belang van 85% verwierven in Elvis Presley Enterprises, inclusief de fysieke en intellectuele eigendommen. In november 2013 verkocht het bedrijf zijn belang van 85% in EPE aan Authentic Brands Group.
. Sean O’Neal Robert F. X. Sillerman
De nalatenschap van Lisa Marie Presley behoudt een belang van 15% in het bedrijf en zij bleef betrokken tot haar overlijden in 2023. Haar moeder Priscilla Presley is ook actief betrokken bij het bedrijf. De
nalatenschap van Lisa Marie behoudt het exclusieve eigendom van het landhuis zelf, evenals de
persoonlijke bezittingen van haar vader. Haar vermogen wordt geërfd door haar drie dochters,
Riley Keough, Harper & Finley Lockwood.
Riley Keough Finley & Harper Lockwood .
EPE streeft ernaar om het voormalige landgoed van Elvis Presley om te vormen tot een
internationale toeristische bestemming.